ECLI:NL:CRVB:2004:AP0530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde bijstandsuitkering wegens vermogen
Appellant ontving vanaf 3 juli 1992 een bijstandsuitkering die op 1 november 1995 werd beëindigd vanwege het bezit van vermogen boven de vrijlatingsgrens. De Raad handhaafde deze beëindiging in een eerdere uitspraak van 12 januari 1999.
Gedaagde vorderde vervolgens bijstandskosten terug over de periode van 1 oktober 1994 tot en met 31 oktober 1995, een bedrag van f 31.100,39, omdat appellant het vermogen niet had gemeld. Dit besluit werd op 31 maart 2000 gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze terugvordering ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Er zijn geen dringende redenen voor het afzien van terugvordering en de situatie van appellant wijkt niet af van eerdere beoordelingen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstandskosten wegens niet gemeld vermogen en verklaart het hoger beroep ongegrond.