ECLI:NL:CRVB:2004:AP0535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering deelname vrijwillige verzekering Algemene nabestaandenwet voor in Marokko woonachtige AOW-gerechtigde
Appellant, geboren in 1931, was werkzaam in Nederland en keerde in 1991 terug naar Marokko. Vanaf dat moment ontving hij een overbruggingsuitkering van PGGM en vanaf 1996 een AOW-pensioen. Hij verzocht om deelname aan de vrijwillige verzekering volgens de Algemene nabestaandenwet (Anw), maar dit werd door de Sociale verzekeringsbank geweigerd.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet verplicht verzekerd was op 31 december 1999, omdat hij buiten Nederland woonde en niet viel onder de toen geldende uitbreidingsbepalingen van de volksverzekeringen. De overbruggingsuitkering werd niet als verzekeringsgrondslag erkend. Appellant stelde dat PGGM ten onrechte geen premies had ingehouden, maar de Raad concludeerde dat hieruit niet volgt dat hij verzekerd was.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en wijst erop dat vrijwillige verzekering alleen mogelijk is voor personen die op 31 december 1999 verplicht verzekerd waren. Appellant voldeed hier niet aan en had zich kunnen informeren over zijn verzekeringsstatus. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de weigering tot deelname aan de vrijwillige verzekering bevestigd.