ECLI:NL:CRVB:2004:AP0538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of begeleidende brief terugvordering AOW-toeslag een besluit is in de zin van de Awb
De Sociale verzekeringsbank (appellant) heeft de AOW-toeslag van gedaagde herzien wegens hogere inkomsten van diens partner dan aanvankelijk opgegeven. Bij brief van 9 augustus 2001 informeerde appellant gedaagde over de terugvordering van een te veel betaalde toeslag en deed een betalingsvoorstel, met de mededeling dat een definitief besluit over de terugvordering nog zou volgen.
Gedaagde maakte bezwaar tegen het besluit tot herziening en tegen de begeleidende brief. Het bezwaar tegen de brief werd door appellant niet-ontvankelijk verklaard omdat deze brief geen besluit zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat de brief wel een besluit was, omdat deze een ondubbelzinnige mededeling met rechtsgevolg bevatte.
In hoger beroep stelde appellant dat de brief slechts een vooraankondiging was en onderdeel van een besluitvormingsketen die eindigt in een gecombineerd terug- en invorderingsbesluit. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de brief niet gericht is op rechtsgevolg en geen besluit bevat, maar een informerende betalingsvoorstelbrief is.
De Raad vernietigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het bezwaar tegen de brief terecht niet-ontvankelijk. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De begeleidende brief van 9 augustus 2001 is geen besluit in de zin van de Awb, waardoor bezwaar tegen die brief niet-ontvankelijk is.