ECLI:NL:CRVB:2004:AP0540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Beoordeling in mindering brengen vakantiedagenuitkering op bijstandsuitkering
Appellante ontvangt sinds 1989 een bijstandsuitkering en ontving in januari 2000 een uitkering van f 816,01 netto wegens niet opgenomen vakantiedagen na ontslag wegens arbeidsongeschiktheid. Gedaagde bracht dit bedrag in mindering op de bijstandsuitkering over februari 2000. Appellante maakte bezwaar en stelde dat deze inkomsten niet in mindering mochten worden gebracht omdat zij betrekking zouden hebben op een periode vóór haar bijstandsuitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat de vakantiedagenuitkering inkomsten uit arbeid betreft en niet onder de uitzonderingen van artikel 43, tweede lid, aanhef en onder m, van de Algemene bijstandswet valt. Het bezwaar van appellante was evident onjuist en er was geen aanleiding tot het horen van appellante.
De Raad benadrukt het onderscheid dat de wetgever maakt tussen inkomsten uit arbeid en inkomsten in verband met arbeid, waarbij de vakantiedagenuitkering tot de laatste categorie behoort. Gezien het complementaire karakter van de Algemene bijstandswet is er geen ruimte voor een ruimere interpretatie van de uitzonderingsbepalingen. De uitkering is daarom terecht volledig in mindering gebracht op de bijstandsuitkering.
Uitkomst: De uitkering wegens niet opgenomen vakantiedagen is terecht in mindering gebracht op de bijstandsuitkering.