ECLI:NL:CRVB:2004:AP0542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO- en Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid
Appellant, voormalig kok, meldde zich ziek met diverse klachten en vroeg om een WAO-uitkering na afloop van de wachttijd. De uitkeringsinstantie weigerde deze omdat appellant niet geheel ongeschikt was voor arbeid, hoewel hij zijn oorspronkelijke functie niet meer kon uitvoeren. Appellant voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met het progressieve karakter van zijn diabetes en andere gezondheidsproblemen.
De Raad nam het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts over die appellant als belastbaar achtte voor andere functies dan kok, met aangepaste beperkingen vanwege diabetes en oogafwijkingen. De Raad vond dat appellant onvoldoende bewijs leverde dat zijn situatie per einde wachttijd zwaarder was dan vastgesteld.
Ook de weigering van de Ziektewetuitkering werd bevestigd, omdat appellant op de peildatum niet ongeschikt was voor zijn arbeid. De Raad benadrukte dat de beoordeling zich richt op de situatie per einde wachttijd, met mogelijkheid tot herbeoordeling bij verslechtering binnen vijf jaar.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd en de beroepen van appellant ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO- en Ziektewetuitkering wegens voldoende arbeidsgeschiktheid per einde wachttijd.