ECLI:NL:CRVB:2004:AP0548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onzorgvuldig onderzoek arbeidsongeschiktheid
Appellant werkte tot september 2000 en werd daarna ziek gemeld vanwege maagklachten. Het UWV weigerde op grond van artikel 44 Ziektewet Pro de uitkering van ziekengeld vanaf 4 december 2000, omdat appellant niet ongeschikt zou zijn tot werk. Appellant ging in bezwaar en beroep tegen dit besluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek van de verzekeringsarts onzorgvuldig was, omdat er geen contact was opgenomen met de huisarts terwijl relevante medische informatie aanwezig was, zoals een gastroscopie uit november 2000 die een ontsteking aantoonde. Ook het rapport van de bezwaarverzekeringsarts was onvoldoende onderbouwd omdat deze geen overleg voerde met de huisarts en onvoldoende rekening hield met de ernst van de klachten.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Breda en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde recht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onzorgvuldig onderzoek en het UWV moet een nieuw besluit nemen.