ECLI:NL:CRVB:2004:AP1028
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt weigering ziekengeld wegens schending redelijke termijn
Appellant heeft sinds 1993 een uitkering krachtens de Ziektewet aangevraagd, die door gedaagde vanaf 17 augustus 1993 blijvend geheel werd geweigerd wegens het niet verschijnen voor een geneeskundig onderzoek in Nederland. Appellant beriep zich op medische ongeschiktheid om te reizen vanuit Marokko, ondersteund door medische verklaringen. Gedaagde en de rechtbank oordeelden echter dat appellant reisvaardig was en dat de weigering gerechtvaardigd was.
In hoger beroep erkent de Raad dat gedaagde niet binnen een redelijke termijn een besluit heeft genomen, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro oplevert. Dit heeft tot gevolg dat het bestreden besluit geen stand kan houden. De Raad vernietigt daarom de eerdere uitspraak en het besluit en beveelt gedaagde een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de erkende schending.
Daarnaast veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het gestorte recht wordt vergoed. De zaak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming bij bestuursorganen en de zorgvuldige afweging van medische gronden bij weigering van ziekengeld.
Uitkomst: Het besluit tot blijvende gehele weigering van ziekengeld wordt vernietigd wegens schending van de redelijke termijn en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.