ECLI:NL:CRVB:2004:AP1188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging bijstand en terugvordering wegens verkeerde woonplaats
Appellante ontving vanaf 1 januari 1998 een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Naar aanleiding van een heronderzoek ontstond twijfel over haar woonplaats, waarna een sociaal rechercheonderzoek werd ingesteld. Uit het onderzoek, inclusief een verklaring van appellante en observaties, bleek dat zij vanaf 1 december 2000 niet meer woonde in de gemeente Terneuzen.
Op grond hiervan beëindigde gedaagde de bijstand per 1 december 2000 en reviseerde zij het recht op bijstand over de periode van 1 januari 1998 tot en met 30 november 2000, met terugvordering van de onverschuldigd betaalde bedragen. Appellante had haar inlichtingenplicht geschonden door haar juiste woonplaats niet te melden.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraken. De Raad oordeelde dat de verklaring van appellante en de overige onderzoeksgegevens voldoende bewijs vormden dat zij niet in Terneuzen woonde. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De Raad wees ook de stelling van appellante af dat zij mocht vertrouwen op het behoud van de bijstand ondanks haar verblijf in België.
Uitkomst: De bijstand werd beëindigd en de terugvordering van onverschuldigde uitkeringen bevestigd wegens het ontbreken van woonplaats in Terneuzen.