ECLI:NL:CRVB:2004:AP1607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bijstand aan minderjarig kind en normering bijstand zonder pleegvergoeding
Appellante, een minderjarig kind dat uit huis is geplaatst en bij haar stiefvader woont die geen pleegvergoeding ontvangt, heeft bijstand aangevraagd. De gemeente Heerlen kende bijstand toe vanaf 30 november 1998, maar appellante stelde dat de bijstand vanaf 10 juni 1997 moest ingaan en hoger moest zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 24 augustus 1999 niet-ontvankelijk en wees het beroep voor het overige af. In hoger beroep vernietigt de Raad deze uitspraak deels. De Raad oordeelt dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat er eerder een aanvraag was en dat de hoogte van de bijstand moet worden afgestemd op de situatie van appellante, vergelijkbaar met een pleegkind.
De Raad stelt dat de bijstand moet worden bepaald aan de hand van het basisbedrag van de pleegvergoeding minus de ontvangen kinderbijslag. De aangevallen uitspraak is in strijd met het bestuursrechtelijke voorschrift over het afdoen buiten zitting en wordt vernietigd. De Raad besluit zelf opnieuw en veroordeelt de gemeente in de proceskosten.
Uitkomst: De bijstand wordt vanaf 10 juni 1997 als algemene bijstand toegekend, met een normering gebaseerd op de pleegvergoeding minus kinderbijslag, en het eerdere besluit wordt vernietigd.