ECLI:NL:CRVB:2004:AP1686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding vanaf maart 1989
De zaak betreft een geschil over de herziening van het AOW-pensioen van gedaagde, die sinds 1977 een ouderdomspensioen ontvangt. Appellant, de Sociale verzekeringsbank, stelde dat gedaagde vanaf 1989 samenwoonde met betrokkene en daardoor recht had op een ander pensioenbedrag. Na onderzoek en huisbezoek concludeerde appellant dat sprake was van een gezamenlijke huishouding vanaf maart 1989, wat leidde tot herziening van het pensioen met terugwerkende kracht.
De rechtbank Middelburg oordeelde echter dat onvoldoende sprake was van wederzijdse zorg en verklaarde het bezwaar van gedaagde gegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde de situatie aan de hand van de AOW-wetgeving zoals die gold tot 2 januari 1998 en daarna. Uit feiten en omstandigheden bleek dat gedaagde en betrokkene samen gebruik maakten van de woning, voorzieningen, en zorg droegen voor elkaar, zonder dat sprake was van een zakelijke kostgangersrelatie.
De Raad vernietigde het besluit voor de periode van maart 1989 tot 2 januari 1998 en bevestigde dat gedaagde vanaf die datum recht had op een herzien pensioen volgens de norm voor een gehuwde of samenwonende ongehuwde. De toeslag kon niet eerder dan een jaar voor de constatering van het samenwonen ingaan. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit over de periode van maart 1989 tot januari 1998 en bevestigt de herziening van het AOW-pensioen met terugwerkende kracht.