ECLI:NL:CRVB:2004:AP1847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen terugvordering bijstand en opgelegde boete wegens niet-nakoming inlichtingenplicht
Appellant diende op 24 januari 2000 een aanvraag in voor bijstand bij de gemeente Almere. Tijdens de procedure werden voorschotten verstrekt, maar de aanvraag werd uiteindelijk afgewezen omdat appellant niet zijn hoofdverblijf in Almere had. De gemeente vorderde de voorschotten terug en legde een boete op wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de terugvordering van voorschotten betaald na de beslistermijn niet rechtmatig was. Tevens vernietigt de Raad het boetebesluit en legt een lagere boete op, omdat het nieuwe Boetebesluit sociale zekerheidswetten een lagere boete voorschrijft.
De Raad stelt vast dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden door onjuiste informatie te verstrekken over zijn woonadres. Er zijn geen dringende redenen om van terugvordering of boete af te zien. De gemeente Almere wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit over terugvordering en boete wordt vernietigd, een lagere boete van € 209,-- wordt opgelegd en de gemeente Almere wordt veroordeeld in proceskosten.