ECLI:NL:CRVB:2004:AP1853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Correctie terugwerkende bijstandsuitkering niet in strijd met rechtszekerheidsbeginsel
Appellant diende een aanvraag in voor een bijstandsuitkering met terugwerkende kracht vanaf 1 februari 2000. De gemeente kende een uitkering toe met ingang van 19 juli 2000 en wees de aanvraag voor de periode daarvoor af. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing en kreeg bij een besluit van 14 februari 2001 alsnog een toeslag met terugwerkende kracht toegekend, waarbij abusievelijk de ingangsdatum werd gewijzigd naar 1 februari 2000.
De gemeente kwam hierop terug met een besluit van 20 maart 2001, waarin zij stelde dat de wijziging van de ingangsdatum een vergissing betrof en dat de oorspronkelijke ingangsdatum van 19 juli 2000 gehandhaafd bleef. Appellant voerde aan dat dit terugkomen in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad stelde vast dat de wijziging van de ingangsdatum inderdaad een kennelijke vergissing was en dat appellant hiervan ook op de hoogte had kunnen zijn, onder meer vanwege de stukken en de hoorzitting. Omdat de gemeente de fout snel corrigeerde, oordeelde de Raad dat er geen strijd met het rechtszekerheidsbeginsel was. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het terugkomen op het besluit over de ingangsdatum van de bijstandsuitkering wegens een vergissing is niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en het beroep wordt afgewezen.