ECLI:NL:CRVB:2004:AP1875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens ontbreken woonplaats in gemeente Amstelveen
Appellante ontving bijstand van de gemeente Amstelveen, welke werd ingetrokken over de periode van 1 februari 1999 tot en met 31 augustus 1999 omdat zij niet meer haar woonplaats zou hebben in de gemeente. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat het besluit tot intrekking over februari 1999 niet deugdelijk is gemotiveerd en vernietigt dit deel van het besluit. Voor de periode van 1 maart tot en met 31 augustus 1999 is echter vastgesteld dat appellante haar hoofdverblijf buiten de gemeente had, mede op basis van processen-verbaal, verklaringen en haar eigen toelichting. Zij verbleef slechts sporadisch op haar woonboot en sliep voornamelijk bij derden.
De Raad bevestigt daarom de intrekking van de bijstand over deze periode en de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen. Dringende redenen om van terugvordering af te zien zijn niet aangetoond. De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar, waarbij de gemeente rekening moet houden met de uitspraak. Tevens wordt de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 31 juli 2001 vernietigd en de gemeente Amstelveen wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.