ECLI:NL:CRVB:2004:AP1997
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit over invaliditeitspercentage en pensioengrondslag Wet buitengewoon pensioen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad betreffende haar invaliditeitspercentage en de pensioengrondslag onder de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945. Zij stelde dat het invaliditeitspercentage te laag was vastgesteld en dat de pensioengrondslag onvoldoende rekening hield met haar historische inkomensniveau, mede vanwege de gevolgen van haar verzetsdeelname en de leegroving van haar kapperszaak tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De Raad heeft het beroep behandeld, waarbij eiseres niet is verschenen. De Raad heeft het bestreden besluit getoetst aan de medische adviezen en de toepasselijke wetsartikelen. De invaliditeit werd verdeeld in 80% psychische klachten gerelateerd aan het verzet en 20% lichamelijke klachten zonder verband met het verzet. De Raad achtte deze verdeling juist en vond dat de grondslag van het pensioen conform de wet was vastgesteld.
De Raad overwoog dat artikel 8, tweede lid, van de Wet geen ruimte biedt voor een hogere pensioengrondslag gebaseerd op het inkomen vóór het verzet. Een later besluit over een hogere grondslag op grond van artikel 8, derde lid, kon in dit geding niet worden betrokken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over het invaliditeitspercentage en de pensioengrondslag wordt ongegrond verklaard.