ECLI:NL:CRVB:2004:AP3595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstand wegens onjuiste wettelijke grondslag en onjuiste vaststelling periode
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van de gemeente Breda dat zijn aanvraag om bijstand afwees over de periode van 1 januari 1991 tot en met 13 mei 2001 en vanaf 14 mei 2001. De Raad stelde vast dat het besluit voor de periode 1991-1995 was gebaseerd op een onjuiste wettelijke grondslag, namelijk artikel 67 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw) in plaats van artikel 22, waardoor dat deel van het besluit vernietigd werd.
De Raad bevestigde dat bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt toegekend en dat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die hiervan afwijken. Voor de periode vanaf 14 mei 2001 oordeelde de Raad dat de gemeente ten onrechte de bijstand over meerdere maanden tegelijk had vastgesteld, terwijl artikel 27, eerste lid, Abw voorschrijft dat bijstand per kalendermaand wordt vastgesteld, tenzij sprake is van een patroon van sterk wisselende inkomsten.
Omdat in dit geval geen dergelijk patroon aanwezig was, kon de afwijking van artikel 27 niet Pro worden toegepast. De Raad vernietigde daarom het besluit voor het deel vanaf 14 mei 2001 en gelastte dat de gemeente een nieuw besluit neemt waarin de bijstand per kalendermaand wordt vastgesteld. De rechtsgevolgen van het vernietigde deel voor 1991-1995 blijven in stand. De Raad wees proceskostenveroordeling af wegens gebrek aan bewijs van kosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van bijstand wordt deels vernietigd en de gemeente moet een nieuw besluit nemen waarin de bijstand per kalendermaand wordt vastgesteld.