ECLI:NL:CRVB:2004:AP3697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en vermogenstoets
Appellanten ontvingen sinds september 1999 een bijstandsuitkering. De gemeente Utrecht ontdekte dat een BMW op naam van appellant stond, wat leidde tot een onderzoek en uiteindelijk tot een besluit tot intrekking van de bijstand per 30 oktober 2000 wegens het niet voldoen aan de inlichtingenplicht.
De Raad oordeelt dat het besluit tot intrekking berust op een onjuiste wettelijke grondslag (artikel 69, vierde lid, Abw), waardoor het vernietigd wordt. Echter, appellanten hebben niet aannemelijk gemaakt dat de BMW niet tot hun vermogen behoorde, ondanks hun stelling dat de auto eigendom was van een neef en slechts tijdelijk werd gebruikt.
De Raad stelt vast dat de auto meerdere periodes op naam van appellant stond en dat hij deze ook verzekerde. Hierdoor is de inlichtingenplicht geschonden en kon het recht op bijstand vanaf 30 oktober 2000 niet worden vastgesteld. Daarom blijft de intrekking van de uitkering op grond van artikel 69, derde lid, Abw in stand. Tevens wordt de terugvordering van de bijstandskosten bevestigd. De Raad veroordeelt de gemeente in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.