ECLI:NL:CRVB:2004:AP4347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WAO-uitkering, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% op 31 december 2000. De rechtbank bevestigde dit besluit na een arbeidsdeskundig onderzoek waaruit bleek dat appellante geschikt was voor geselecteerde functies ondanks haar beperkingen.
In hoger beroep voerde appellante medische bezwaren aan, waaronder een rapport van een psychiater die een ernstige depressie constateerde. De Raad stelde echter vast dat deze rapportage pas ruim drie jaar na de peildatum was opgesteld en niet onderbouwd was, terwijl eerdere medische onderzoeken geen zodanige beperkingen aantoonden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en wees erop dat appellante bij een verslechtering van haar gezondheid na de peildatum een nieuw verzoek tot herbeoordeling kan indienen. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid op de peildatum.