ECLI:NL:CRVB:2004:AP4544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 25 tot 35 procent
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin de mate van zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25 tot 35% met ingang van 26 september 1994. De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), als gedaagde, heeft het standpunt ingenomen dat deze vaststelling juist is.
Tijdens de zitting heeft appellant aangegeven dat de hoogte van het dagloon niet ter discussie staat, waardoor het geschil zich beperkte tot de mate van arbeidsongeschiktheid. Appellant stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt is, maar de rechtbank oordeelde dat het belastbaarheidpatroon waarin rekening is gehouden met zijn beperkingen, juist was opgesteld. De geselecteerde functies overschrijden zijn belastbaarheid niet en bieden een loon dat niet leidt tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid dan vastgesteld.
De Raad nam het oordeel en de motivering van de rechtbank over en concludeerde dat de medische informatie die appellant aanvoerde, die betrekking had op latere tijdvakken, niet aantoonde dat de beperkingen op 26 september 1994 waren onderschat. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er was geen aanleiding om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen.
Uitkomst: De vaststelling van arbeidsongeschiktheid op 25 tot 35% per 26 september 1994 wordt bevestigd en het hoger beroep afgewezen.