ECLI:NL:CRVB:2004:AP4545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op eerdere dagloonvaststelling in WAO-uitkering
Appellant, een arbeidsongeschikte vrachtwagenchauffeur, ontving sinds 1976 een WAO-uitkering. In 1991 werd zijn dagloon vastgesteld op f.174,19, een besluit waartegen geen beroep werd ingesteld en dat daarmee rechtens onaantastbaar werd. In 1999 werd door een rechtmatigheidscontrole het dagloon tijdelijk verhoogd naar f.251,59, maar dit werd in 2000 teruggebracht naar f.204,60, waarbij het bestuursorgaan weigerde terug te komen op het oorspronkelijke besluit van 1991.
Appellant voerde aan dat artikel 45 WAO Pro niet was toegepast en dat de verhoging van het dagloon rechtens relevante verwachtingen had gewekt, onder meer door het aangaan van hogere woonlasten. De Raad overwoog dat het bestuursorgaan in beginsel bevoegd is om ambtshalve besluiten te herzien, maar dat bij handhaving van het eerdere besluit de toetsing beperkt moet blijven tot nieuwe feiten of omstandigheden.
Omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden aanvoerde die het eerdere besluit onjuist maken, bleef de oorspronkelijke dagloonvaststelling in stand. De feitelijke hogere uitbetaling gedurende een jaar leidde niet tot een verplichting voor het bestuursorgaan om het hogere dagloon voortaan toe te passen. Appellant had bij het bestuursorgaan moeten informeren over de verhoging voordat hij financiële verplichtingen aanging.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Arnhem en wees het beroep van appellant af.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het bestuursorgaan terecht weigert terug te komen op het eerdere onherroepelijke besluit tot dagloonvaststelling.