ECLI:NL:CRVB:2004:AP4552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dagloonberekening bij onregelmatig arbeidspatroon en WAO-uitkering
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch die het WAO-dagloon had vastgesteld op f 32,27 bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100. De rechtbank had geoordeeld dat appellant als uitzendkracht uit eigen keuze afwisselend wel en niet werkzaam was, en dat de dagloonberekening terecht was toegepast volgens artikel 14 van Pro de WAO en de Algemene dagloonregelen.
In hoger beroep betwistte appellant dat hij uit eigen keuze onregelmatig werkte en stelde dat zijn psychische conditie zijn sollicitatiepatroon negatief beïnvloedde. De Raad oordeelde echter dat er onvoldoende schriftelijk bewijs was van sollicitaties en dat de medische gegevens geen direct verband aantoonden tussen psychische klachten en sollicitatiegedrag.
Daarom werd bevestigd dat appellant uit eigen keuze onregelmatig werkte. De Raad achtte de toegepaste dagloonberekening en het dervingsprincipe passend en bevestigde het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het WAO-dagloon bevestigd.