ECLI:NL:CRVB:2004:AP4731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vergoeding medische behandeling in buitenland en vrij verkeer van diensten
In deze zaak vordert gedaagde vergoeding van kosten voor een heupoperatie in een Belgisch ziekenhuis, die door het ziekenfonds VGZ als eigen bijdrage werden aangemerkt en niet volledig vergoed. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de weigering van volledige vergoeding in strijd is met het vrij verkeer van diensten zoals gewaarborgd in de artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag.
De Raad verwijst naar het arrest Müller-Fauré/Van Riet van het Hof van Justitie, waarin is bepaald dat voorafgaande toestemming voor intramurale zorg gerechtvaardigd kan zijn als er in Nederland tijdig een gelijkwaardige behandeling beschikbaar is. Wachttijden kunnen deze toestemming rechtvaardigen, mits ze noodzakelijk zijn voor een goede planning van de gezondheidszorg. In dit geval was de wachttijd voor een heupoperatie in Nederland circa 10-11 maanden, wat volgens de Raad niet meer als gerechtvaardigde belemmering van het vrij verkeer van diensten kan gelden.
De Raad oordeelt dat het ziekenfonds de volledige kosten van de behandeling moet vergoeden, met uitzondering van kosten die verband houden met persoonlijke keuzes, zoals de meerkosten van een éénpersoonskamer. Gedaagde had voorafgaand aan de behandeling expliciet ingestemd met deze extra kosten. Het ziekenfonds wordt veroordeeld tot vergoeding van het resterende bedrag en tot betaling van proceskosten.
De uitspraak bevestigt het belang van het vrij verkeer van diensten binnen de EU en stelt grenzen aan nationale beperkingen op vergoeding van medische zorg in het buitenland, waarbij objectieve, niet-discriminerende en vooraf kenbare criteria gelden.
Uitkomst: Het ziekenfonds moet de medische kosten in het buitenland vergoeden, behalve de kosten voor persoonlijke keuzes zoals een éénpersoonskamer.