ECLI:NL:CRVB:2004:AP5283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag en ontslaguitkering na arbeidsconflict bij GGD Rotterdam
Appellant was sinds 1990 adviserend geneeskundige bij de GGD Rotterdam. Na een reorganisatie in 1996 ontstonden ernstige spanningen met zijn nieuwe leidinggevende dr. P., wat leidde tot beperkingen in zijn werkzaamheden en uiteindelijk tot een ontslagbesluit per 1 juli 2000 met een ontslaguitkering conform de gemeentelijke verordening.
De rechtbank had het beroep van appellant gegrond verklaard en het besluit vernietigd vanwege onvoldoende motivering van de hoogte van de ontslaguitkering. In hoger beroep betwist appellant primair de grondslag van het ontslag, maar de Raad stelt vast dat er sprake is van een zodanige verstoring van de arbeidsrelatie dat eervol ontslag gerechtvaardigd is. Zowel de negatieve houding van appellant als de leidinggevende droegen bij aan het onherstelbare conflict.
Subsidiair bestrijdt appellant de hoogte van de uitkering, maar de Raad oordeelt dat de gemeente Rotterdam voldoende rekening heeft gehouden met haar aandeel in het conflict en dat de regeling rechtvaardig is. Het beroep tegen het besluit van 8 juli 2003 wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het eervol ontslag en de hoogte van de ontslaguitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit van 8 juli 2003 bevestigd.