ECLI:NL:CRVB:2004:AP5320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de hoogte van de tegemoetkoming woon-werkverkeer na herplaatsing ambtenaar defensie
Appellant, werkzaam bij het Ministerie van Defensie, werd na sluiting van zijn werkplek herplaatst en kreeg een functie met een grotere woon-werkafstand. Hij kreeg een tegemoetkoming voor reiskosten toegekend conform het Sociaal beleidskader Defensie en de Verplaatsingskostenregeling. Appellant betwistte de hoogte van deze vergoeding, omdat zijn werkelijke autokosten aanzienlijk hoger waren.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het beleid voorziet in een emolumententermijn van drie jaar met een afbouwregeling voor ambtenaren jonger dan 50 jaar. De Raad vond dat appellant, hoewel niet verhuisplichtig, als verhuisplichtige ambtenaar behandeld mocht worden voor de vergoeding, conform het beleid. De Raad verwierp het beroep van appellant dat een hogere vergoeding op grond van artikel 12 van Pro de Verplaatsingskostenregeling zou moeten gelden, omdat appellant niet voldeed aan de criteria voor die regeling.
Verder achtte de Raad het beleid van gedaagde niet onredelijk en vond geen grond om af te wijken van de standaardregeling. Ook het feit dat appellant zelf had gesolliciteerd naar de functie zonder toezeggingen over hogere vergoedingen speelde mee. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Maastricht bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toegekende tegemoetkoming voor woon-werkverkeer wordt bevestigd.