ECLI:NL:CRVB:2004:AP8068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep over inkomensschommelingen bij landbouwondernemers voor studiefinanciering en tegemoetkoming onderwijsbijdrage
Betrokkenen, landbouwondernemers die gebruik maakten van een fiscale regeling om grond van ondernemingsvermogen naar privévermogen te heretiketteren, kregen een hoge ouderlijke bijdrage opgelegd op basis van hun peiljaarinkomen. De IB-Groep weigerde hun verzoek om een recenter inkomen te hanteren voor studiefinanciering en tegemoetkoming onderwijsbijdrage.
De rechtbank Breda verklaarde het beroep van betrokkene 1 ongegrond, terwijl de rechtbank Almelo de beroepen van andere betrokkenen gegrond verklaarde en de IB-Groep opdroeg nieuwe besluiten te nemen. De Centrale Raad van Beroep moest beoordelen of de inkomensdalingen na het peiljaar normale inkomensschommelingen zijn zoals bedoeld in de WSF 2000 en WTOS.
De Raad oordeelde dat een eenmalige gebeurtenis niet automatisch uitsluit dat een inkomensschommeling normaal is, maar dat in dit geval de terugval in inkomen te extreem en uniek was om als normaal te worden beschouwd. De Raad bevestigde dat de terugval niet tot normale inkomensschommelingen behoort en vernietigde het besluit van de IB-Groep voor betrokkene 1, terwijl de uitspraken van de rechtbank Almelo werden bevestigd.
De IB-Groep werd veroordeeld in de proceskosten en moest het betaalde griffierecht aan betrokkene 1 vergoeden. Tevens werd een nieuw besluit op bezwaar opgedragen. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige beoordeling van inkomensschommelingen bij zelfstandige ondernemers binnen het kader van studiefinanciering en tegemoetkomingen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit van de IB-Groep voor betrokkene 1 en bevestigt de uitspraken van de rechtbank Almelo, waarbij de terugval in inkomen niet als normale inkomensschommeling wordt beschouwd.