ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit over ouderlijke bijdrage na gedeeltelijke bedrijfsbeëindiging
Appellant exploiteerde tot 2004 een agrarisch bedrijf met rundvee en varkens. In 2004 verkocht hij zijn melkquotum en melkvee, wat leidde tot een hoge eenmalige winst en beëindiging van het rundveebedrijf. De IB-Groep weigerde de ouderlijke bijdrage over 2006 te baseren op het lagere inkomen van 2005, omdat zij de inkomensdaling als normale schommeling zag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de inkomensdaling het gevolg was van een gedeeltelijke bedrijfsbeëindiging, erkend door de belastingdienst als staking van onderneming, en dus niet als normale schommeling kon worden beschouwd.
De Raad oordeelde dat de verkoop en beëindiging van het rundveebedrijf een definitieve gedeeltelijke bedrijfsbeëindiging vormde, waardoor de inkomensdaling niet als normale schommeling kon gelden. De Raad vernietigde het besluit en beval de IB-Groep een nieuw besluit te nemen, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van de IB-Groep wordt vernietigd en een nieuw besluit wordt bevolen met inachtneming van de gedeeltelijke bedrijfsbeëindiging.