ECLI:NL:CRVB:2004:AP8085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toekenning Aanvulling werkgever in kader FPU-Gemeenten
Appellant was algemeen directeur in ambtelijke dienst en trad terug op basis van een overeenkomst van 14 oktober 1997, waarin hij tot 1 april 2000 werd vrijgesteld van werkzaamheden met behoud van volledige bezoldiging. De overeenkomst bepaalde dat appellant per 1 april 2000 eervol ontslag zou krijgen met toepassing van artikel 8:11 van Pro de Arbeidsvoorwaardenregeling (AR).
Appellant verzocht om toekenning van de Aanvulling werkgever in het kader van de FPU-Gemeenten, zoals opgenomen in hoofdstuk 5a van de AR per 1 januari 2000. Dit verzoek werd door gedaagde afgewezen, en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat de tussen partijen gesloten overeenkomst een beëindigingsregeling vormt die de wederzijdse rechten en verplichtingen definitief vastlegt. De AR bleef van kracht tijdens de vrijstellingsperiode, waardoor wijzigingen in het rechtspositionele regime ook voor appellant gevolgen hadden.
De Raad oordeelt dat de overeenkomst beoogde een uitkering van 75% van de bezoldiging te garanderen en dat de werkgever redelijkerwijs mocht aannemen niet gehouden te zijn tot betaling van de Aanvulling gemeenten. Het bestreden besluit wordt daarom bevestigd en proceskostenvergoeding wordt niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot toekenning van de Aanvulling werkgever aan appellant.