ECLI:NL:CRVB:2004:AP8267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit bijzondere bijstand begrafeniskosten partner
Appellant verzocht bijzondere bijstand voor de begrafeniskosten van zijn overleden echtgenote, waarbij de totale kosten inclusief een familiegraf 9.411,90 gulden bedroegen. Het college van burgemeester en wethouders kende hem bijzondere bijstand toe tot 4.911,90 gulden, gebaseerd op de oorspronkelijke begrafeniskosten zonder de meerkosten van het familiegraf.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat de begrafeniskosten tot de passiva van de nalatenschap behoren en dat erfgenamen, waaronder appellant en zijn kinderen, ieder een evenredig deel van de kosten moeten dragen. De rechtbank vond dat appellant reeds een hoger bedrag aan bijzondere bijstand had ontvangen dan zijn evenredige aandeel.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze overwegingen en wees het beroep op het vertrouwensbeginsel af, omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan door een bevoegd orgaan. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellant terecht bijzondere bijstand ontving voor een deel van de begrafeniskosten en wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af.