ECLI:NL:CRVB:2004:AP8339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hersteldverklaring en afwijzing WAO-uitkering na rugklachten
Appellante was werkzaam als kantinemedewerkster en viel uit wegens nekklachten. Na een afwijzing van haar WAO-uitkering en daaropvolgende bezwaar- en beroepsprocedures, werd uiteindelijk vastgesteld dat zij met passende functies een inkomen kan verwerven.
Op 20 november 2000 meldde zij zich ziek met rugklachten. Na onderzoek door een verzekeringsarts en een bezwaarverzekeringsarts, die concludeerden dat de voorgehouden functies niet rugbelastend zijn, werd zij hersteld verklaard en het recht op ziekengeld beëindigd.
Appellante voerde aan dat zij niet in staat was de werkzaamheden te verrichten, gesteund door verklaringen van haar fysiotherapeut. De Raad oordeelde echter dat de medische gegevens en functie-eisen dit niet ondersteunen en dat pijnklachten op zichzelf onvoldoende zijn om ongeschiktheid aan te nemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hersteldverklaring en wijst het hoger beroep af.