ECLI:NL:RBSGR:2007:BB5486
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging Ziektewetuitkering wegens schending hoorplicht
Eiseres ontving tot 11 juli 2006 een uitkering op grond van de Ziektewet. Verweerder besloot deze uitkering te beëindigen omdat eiseres niet langer wegens ziekte ongeschikt was voor haar arbeid. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, waarbij zij niet werd gehoord, hetgeen de rechtbank als schending van artikel 7:2 van Pro de Awb kwalificeert. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.
Desondanks oordeelt de rechtbank dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat eiseres vanaf 11 juli 2006 in staat was om ten minste één van de passende functies te verrichten. Dit oordeel is gebaseerd op uitgebreid medisch dossieronderzoek, waaronder rapportages van verzekeringsartsen, specialisten en een psycholoog. De vermeende toename van klachten door eiseres is onvoldoende onderbouwd en niet terug te vinden in het medisch dossier.
De rechtbank stelt dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met de medische situatie van eiseres en dat het besluit voldoende gemotiveerd is. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven daarom in stand. Tevens veroordeelt de rechtbank de Uitvoeringsinstelling werknemersverzekeringen tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat eiseres vanaf 11 juli 2006 weer arbeid kon verrichten.