ECLI:NL:CRVB:2004:AP8343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij Ziektewetuitkering
Appellante, werkzaam als productiemedewerkster, viel uit wegens handklachten en vroeg een Ziektewetuitkering aan. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts werd geconcludeerd dat zij weer arbeid kon verrichten. Gedaagde stelde bij besluit van 11 juli 2002 de beëindiging van haar Ziektewetuitkering per 22 juli 2002 vast.
Appellante maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet binnen de wettelijke termijn was ingediend. Zij voerde aan dat haar verblijf in het buitenland wegens vakantie de overschrijding verklaarde en dat zij gedaagde vooraf telefonisch had geïnformeerd.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat vakantie geen reden is voor verschoonbaarheid van termijnoverschrijding. Appellante had voldoende tijd en gelegenheid om maatregelen te treffen om haar belangen te beschermen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.