ECLI:NL:CRVB:2004:AP8616
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en arbeidsongeschiktheidspercentage bij WAO-uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om haar WAO-uitkering in te trekken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De Raad van bestuur van het Uwv baseerde dit besluit op een medische beoordeling en een arbeidsdeskundig onderzoek waarbij werd vastgesteld dat appellante geschikt was voor bepaalde functies ondanks haar beperkingen.
Appellante voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat haar klachten niet serieus waren genomen. De Raad stelde echter vast dat uitgebreid medisch onderzoek had plaatsgevonden, inclusief lichamelijk onderzoek en overleg met haar huisarts en reumatoloog. De beperkingen werden zorgvuldig vastgesteld en de voorgestelde functies waren grotendeels in overeenstemming met deze beperkingen.
Verder stelde appellante dat een eerdere functie met een hoger inkomen als maatmanfunctie moest worden genomen, maar de Raad vond geen aanwijzingen dat zij toen niet goed functioneerde of om medische redenen was overgestapt. De Raad concludeerde dat het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering terecht was en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage minder dan 15% bedraagt.