ECLI:NL:CRVB:2004:AP8717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht door handel in auto's
Appellant ontving sinds 1988 bijstand, laatstelijk op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Gedaagde, het College van burgemeester en wethouders van Groningen, herzag het recht op uitkering over de periode 1 juli 1997 tot en met 31 maart 2000 en vorderde terugbetaling van f 98.354,68 wegens niet opgegeven inkomsten uit autohandel.
Uit onderzoek van de Sociale Recherche en regiopolitie bleek dat appellant al vanaf mei 1995 actief was in de autohandel en meer inkomsten had dan opgegeven. Appellant had nagelaten deze activiteiten en inkomsten te melden, wat een schending van de inlichtingenplicht volgens artikel 30, tweede lid, van de ABW opleverde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Raad oordeelde dat appellant ook in de periode 1 juni 1995 tot 1 maart 1997 actief was in de autohandel, al dan niet samen met zijn vader, en dat het ontbreken van administratie het recht op bijstand over die periode onduidelijk maakt. Hierdoor was terugvordering op grond van artikel 57, aanhef en onder d, van de ABW gerechtvaardigd.
De Raad vond geen dringende redenen om van terugvordering af te zien en wees het hoger beroep af. De proceskosten werden niet aan appellant opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht door appellant.