ECLI:NL:CRVB:2004:AP8798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bijzondere bijstand wegens passende kredietmogelijkheid
Appellante, die sinds 1997 een bijstandsuitkering ontvangt, verzocht bijzondere bijstand voor de aanschaf van een nieuwe bank ter vervanging van een oude bank. De gemeente Maastricht wees dit verzoek af omdat de noodzaak tot vervanging niet was aangetoond. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit. Appellante stelde dat de aanschaf medisch noodzakelijk was en dat de beleidsregels van de gemeente in strijd waren met grondwettelijke en internationale mensenrechten.
De Raad oordeelde dat bijzondere bijstand slechts kan worden verleend indien geen passende voorliggende voorziening bestaat. In dit geval was er een kredietmogelijkheid bij de Kredietbank Limburg, die als passende en toereikende voorziening werd aangemerkt. Er waren geen aanwijzingen voor een noodsituatie die een uitzondering zou rechtvaardigen.
Daarom was de gemeente niet bevoegd om bijzondere bijstand toe te kennen voor de bankkosten. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. De aangevoerde medische noodzaak en bezwaren tegen het beleid behoefden geen verdere bespreking.
Uitkomst: Het verzoek om categoriale bijzondere bijstand wordt afgewezen vanwege een passende kredietmogelijkheid bij de Kredietbank.