ECLI:NL:CRVB:2004:AP8852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening van onherroepelijke WAO-uitspraak wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoekster heeft bij brief van 22 oktober 2003 verzocht om herziening van een uitspraak van de Raad van 21 oktober 2003 betreffende een WAO-zaak. Het verzoekschrift werd aangevuld met nadere gronden in brieven van 30 oktober en 3 november 2003. De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek behandeld tijdens de zitting van 26 mei 2004, waarbij verzoekster in persoon verscheen en het Uwv werd vertegenwoordigd.
De Raad overweegt dat het rechtsmiddel van herziening slechts openstaat indien nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd die voor de uitspraak niet bekend waren en die, indien wel bekend, tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. De Raad constateert dat verzoekster geen dergelijke nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd in de zin van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Gezien het beperkte toetsingskader in deze bijzondere procedure concludeert de Raad dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen. Er zijn geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb. De uitspraak van 21 oktober 2003 blijft daarmee ongewijzigd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WAO-uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.