ECLI:NL:CRVB:2004:AP9496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging bijstandsuitkering wegens overschrijding maximale vakantieduur buitenland
Appellant en zijn echtgenoot ontvingen een bijstandsuitkering en waren ontheven van de verplichtingen uit artikel 113, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw). Gedaagde beëindigde de uitkering omdat zij de maximale vakantieduur van vier weken verblijf in het buitenland hadden overschreden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de Regeling gebruikelijke vakantieduur, die onderscheid maakt tussen bijstandsgerechtigden jonger en ouder dan 57,5 jaar, niet van toepassing is op personen die ontheven zijn van de verplichtingen van artikel 113 Abw Pro. Dit volgt uit strijd met artikel 1 Grondwet Pro en artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.
De Raad vernietigt daarom het besluit van gedaagde tot beëindiging van de uitkering en de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelt hij gedaagde in de proceskosten van appellant en bepaalt vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering wegens overschrijding van de maximale vakantieduur in het buitenland wordt vernietigd.