ECLI:NL:CRVB:2004:AQ0340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding bezwaartermijn
Appellante verhuisde per 26 augustus 2002 naar Bonaire en gaf een postadres in Nederland op. Op 6 september 2002 ontving zij een besluit van de Sociale verzekeringsbank dat zij geen recht had op kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal van 2002 omdat zij niet meer verzekerd was volgens de Algemene Kinderbijslagwet.
Appellante maakte bezwaar op 13 november 2002, maar dit werd op 30 december 2002 niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de zeswekentermijn voor bezwaar. De rechtbank Amsterdam bevestigde deze niet-ontvankelijkheid omdat de termijn was overschreden en geen verschoonbare omstandigheden waren gebleken.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de vertraging in postbezorging naar de Nederlandse Antillen de reden was voor de termijnoverschrijding. De Raad oordeelde echter dat het besluit rechtsgeldig was verzonden naar het opgegeven Nederlandse postadres en dat appellante zelf verantwoordelijk was voor tijdige kennisname van de post. Uit een telefoongesprek bleek dat appellante al op 16 september 2002 op de hoogte was van het besluit en toen bezwaar had kunnen maken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare omstandigheden.