ECLI:NL:CRVB:2004:AQ0399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- M.I. 't Hooft
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding met partner
Appellante ontving sinds 1980 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Gedaagde herzag de uitkering en vorderde terugbetaling over de periode 1995-1998 wegens het verzwegen samenwonen met partner. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders.
De Raad stelt vast dat appellante en haar partner vanaf 1984 een gezamenlijke huishouding voerden, met wederzijdse zorg en gedeelde kosten, zoals blijkt uit verklaringen van de partner, getuigenverklaringen en onderzoek van de Sociale Recherche. Appellante heeft dit verzwegen, waardoor zij haar inlichtingenplicht schond.
Hoewel het bestreden besluit terecht intrekking en terugvordering bevat, is de wettelijke grondslag voor de periode 1 januari 1996 tot 1 november 1996 onjuist toegepast. De Raad vernietigt dit deel van het besluit, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte in stand. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit deels vernietigd wegens onjuiste wettelijke grondslag, met in stand blijvende rechtsgevolgen en veroordeling in proceskosten.