ECLI:NL:CRVB:2004:AQ1083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vergoeding rente over te late betaling nabestaandenuitkering afgewezen
Appellant diende in februari 2000 een aanvraag in voor een nabestaandenuitkering na het overlijden van zijn echtgenote. Gedaagde kende de uitkering toe met ingang van december 1999, maar betaalde de uitkering over december 1999 en januari 2000 niet direct uit vanwege verrekening met de Gemeentelijke Sociale Dienst. Appellant maakte bezwaar tegen het niet-uitbetalen en vorderde ook wettelijke rente over de te late betaling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat er een rechtsmiddel moest zijn tegen het niet-uitbetalen en dat hem rente toekwam. De Raad oordeelde dat appellant geen recht had op rente omdat hij over de betreffende maanden al een hogere bijstandsuitkering ontving, waardoor hij geen financieel nadeel had.
De Raad vernietigde het besluit van 24 juli 2000 en het primaire besluit van 28 februari 2000 voor zover daarin was besloten de uitkering niet uit te betalen. Tevens veroordeelde de Raad gedaagde tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht, maar wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit tot niet-uitbetaling en wijst vergoeding van wettelijke rente af omdat appellant geen financieel nadeel had.