ECLI:NL:CRVB:2004:AQ1085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende psychische beperkingen
Appellant, voormalig hoornist en muziekdocent, vroeg een WAO-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid sinds januari 1997. De uitkeringsinstantie weigerde aanvankelijk de uitkering omdat appellant in staat werd geacht zijn werkzaamheden te verrichten. De rechtbank vernietigde dit besluit en kende een gedeeltelijke WAO-uitkering toe op basis van lichamelijke beperkingen.
In hoger beroep betoogde appellant dat ook psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen. Een psychologisch rapport wees op een infantiele persoonlijkheidsstructuur en mogelijke belemmeringen bij beroepsmatig functioneren. De verzekeringsarts erkende later psychische beperkingen, waaronder een aanpassingsstoornis met gegeneraliseerde angst.
De Raad oordeelde dat er wel degelijk sprake was van psychische beperkingen die niet waren meegenomen in de beoordeling. Hierdoor was het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig en berustte het op een onvolledige medische grondslag. Het besluit en de eerdere uitspraak werden vernietigd en de uitkeringsinstantie werd opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze bevindingen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van psychische beperkingen van appellant.