ECLI:NL:CRVB:2004:AQ1160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat AOW-inkomen terecht als Zvr-inkomen wordt aangemerkt in ziektekostenvoorziening rijkspersoneel
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn AOW-uitkering niet als inkomen in de Zvr-regeling mocht worden meegeteld. De Raad bevestigde eerdere uitspraken dat het AOW-inkomen wel degelijk tot het relevante inkomen behoort voor de Zvr-regeling.
De zaak betrof een eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het standpunt van appellant deels ondersteunde, maar de Raad oordeelde dat dit niet leidde tot een recht op correctie van eerdere tegemoetkomingen. Het Wijzigingsbesluit van 21 maart 2001, dat AOW-uitkeringen expliciet als inkomen vermeldt, werd gezien als een verduidelijking en niet als een beperking van aanspraken.
Appellant voerde aan dat het Wijzigingsbesluit onbevoegd was genomen en dat de wetsgeschiedenis een andere interpretatie rechtvaardigde, maar de Raad verwierp deze argumenten. Ook werd geoordeeld dat het bestuursorgaan terecht het eerdere besluit kon handhaven zonder dat sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.
De Raad wees het verzoek van appellant af om griffierecht te vergoeden, omdat gedaagde steeds terecht het standpunt had verdedigd dat AOW-inkomen meetelt. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, waarmee het hoger beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het AOW-inkomen wordt terecht als Zvr-inkomen aangemerkt.