ECLI:NL:CRVB:2004:AQ1961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C. van Viegen
- R.H. de Bock
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 1995 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van een vermoeden van samenwoning met haar partner heeft de gemeente Wijchen een onderzoek laten uitvoeren. Dit onderzoek, uitgevoerd door de intergemeentelijke sociale recherche, concludeerde dat appellante en haar partner gedurende de periode van 1 mei 1997 tot en met 26 mei 1999 een gezamenlijke huishouding voerden, ondanks dat zij op verschillende adressen stonden ingeschreven.
De gemeente heeft daarop het recht op bijstand ingetrokken en de betaalde bedragen teruggevorderd. Appellante heeft dit bestreden bij de rechtbank, die het besluit deels vernietigde wegens een onjuiste wettelijke grondslag, maar de rechtsgevolgen in stand liet. In hoger beroep heeft appellante zich gericht tegen het oordeel dat zij een gezamenlijke huishouding voerde.
De Raad overweegt dat het feitelijk samenwonen voldoende is aangetoond door verklaringen van appellante en haar partner, observaties en dossieronderzoek. Het feit dat zij op verschillende adressen stonden ingeschreven, staat een gezamenlijke huishouding niet in de weg. Appellante heeft haar inlichtingenplicht geschonden door het niet melden van de gezamenlijke huishouding en het niet verstrekken van financiële gegevens van haar partner. De Raad bevestigt daarom het besluit tot intrekking, terugvordering en beëindiging van de bijstandsuitkering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering worden bevestigd.