ECLI:NL:CRVB:2004:AQ2094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering en terugvordering wegens inkomsten uit arbeid en maatregel wegens niet behouden arbeid
Appellant ontving bijstand ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw) en verrichtte werkzaamheden voor een uitzendbureau vanaf 2 juli 1999, welke hij tijdelijk onderbrak wegens vakantie zonder voldoende vakantiedagen. Gedaagde beëindigde het recht op bijstand over de periode van 2 juli tot en met 31 juli 1999 vanwege inkomsten boven de bijstandsnorm en legde een maatregel van 100% op voor de periode van 1 tot 23 augustus 1999 wegens niet behouden van arbeid door eigen toedoen.
Appellant diende een aanvraag in voor algemene bijstand en bijzondere bijstand voor rechtsbijstandskosten, welke werden afgewezen respectievelijk verminderd met een drempelbedrag van f 100,-. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat appellant terecht werd geconfronteerd met intrekking van bijstand wegens inkomsten uit arbeid, dat de opgelegde maatregel conform de wettelijke bepalingen was en dat het beleid omtrent het drempelbedrag voor bijzondere bijstand binnen redelijke beleidsruimte viel. Er waren geen dringende redenen om van intrekking, maatregel of terugvordering af te zien. De aanvraag om algemene bijstand werd terecht afgewezen omdat appellant voldoende inkomsten had.
De Raad vond geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en bevestigde de eerdere uitspraak in alle onderdelen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand, oplegging van een maatregel en terugvordering worden bevestigd en de aanvraag om algemene bijstand wordt afgewezen.