ECLI:NL:CRVB:2004:AQ3708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering WAO
Appellante ontving sinds 1992 een WAO-uitkering die in 1999 werd herzien op basis van gewijzigde arbeidsongeschiktheidspercentages. Gedaagde vorderde terugbetaling van onverschuldigd betaalde uitkeringen over de periode juni 1998 tot april 1999. Na bezwaar en herziening werd het terugvorderingsbedrag verlaagd, maar het besluit bleef grotendeels gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit over de hoogte van het terugvorderingsbedrag, waarna gedaagde een nieuw besluit nam. Appellante voerde aan dat zij tijdig haar inkomsten had gemeld en erop mocht vertrouwen dat haar uitkering correct was, en betwistte de juistheid van de gehanteerde arbeidsongeschiktheidspercentages.
De Raad oordeelde dat de percentages juist waren vastgesteld, dat appellante redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zij teveel uitkering ontving, en dat de terugvordering terecht met terugwerkende kracht werd toegepast. Ook werd geen dringende reden voor kwijtschelding gevonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het terugvorderingsbedrag als juist aanvaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot terugvordering van onverschuldigd betaalde WAO-uitkering wordt bevestigd.