ECLI:NL:CRVB:2017:1655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering toeslag wegens gewijzigde leefvorm zonder dringende redenen
Appellante ontving een toeslag op grond van de Toeslagenwet, berekend naar de norm van een ongehuwde. Na melding van samenwonen met haar partner werd de toeslag tijdelijk geschorst en later toegekend op gehuwdennorm. Het Uwv vroeg om specificatie van de inkomsten van de partner, die niet werd verstrekt. Uit een bestandsvergelijking bleek dat de partner inkomsten uit arbeid had, waarna het Uwv de toeslag verlaagde en terugvordering van € 13.863,23 instelde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het voor haar redelijkerwijs duidelijk was dat de toeslag ten onrechte of te hoog was toegekend. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen expliciete toezegging was gedaan. Ook werden geen dringende redenen voor kwijtschelding van de terugvordering gevonden.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen, waaronder dat zij niet wist dat informatie ontbrak en mocht vertrouwen op juiste toeslagvaststelling. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellante redelijkerwijs kon begrijpen dat toeslag onjuist was. Ook in hoger beroep werd het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen en geen dringende reden voor terugvorderingsvrijstelling vastgesteld.
De Raad bevestigde de uitspraak en wees op de mogelijkheid tot overleg over afbetalingsregelingen. De proceskostenveroordeling werd achterwege gelaten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van toeslag wegens gewijzigde leefvorm zonder dringende redenen voor kwijtschelding.