ECLI:NL:CRVB:2004:AQ4468
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de weigering van een WAO-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), omdat hij na de wettelijke wachttijd van 52 weken minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische beoordeling door de verzekeringsarts zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant geen aanvullende medische gegevens had overgelegd die tot een ander oordeel konden leiden.
In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe feiten of medische gegevens aangevoerd die het oordeel van het UWV konden weerleggen. De Centrale Raad van Beroep volgt de rechtbank in haar oordeel en acht het bestreden besluit in overeenstemming met de wet, waarbij geen gronden zijn voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het beroep ongegrond. De uitspraak werd gedaan door mr. C.W.J. Schoor, in aanwezigheid van mr. J.D. Streefkerk als griffier, op 13 juli 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.