ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4902
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongeschiktheid en recht op ziekengeld bij rugklachten in het kader van de Ziektewet
Appellant meldde zich op 4 januari 2000 ziek vanwege rugklachten en werd beoordeeld in het kader van de WAO. Hierbij werd vastgesteld dat hij geschikt was voor lichte arbeid die de rug niet belast, waarna hem geen WAO-uitkering werd toegekend. Later, na ziekmelding in 2002 wegens rug- en schouderklachten, werd hij door verzekeringsarts Van den Bremer onderzocht en hersteld verklaard voor de eerder geselecteerde functies.
Het UWV weigerde ziekengeld op grond van de Ziektewet met ingang van 26 november 2002, een besluit dat door de rechtbank werd bevestigd. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat van ongeschiktheid in de zin van de Ziektewet geen sprake is indien de verzekerde geschikt is voor ten minste één van de functies geselecteerd bij de WAO-beoordeling.
De Raad stelt vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen zijn dat de beperkingen van appellant zijn toegenomen. De klachten werden als inconsequent beoordeeld en appellant heeft geen aanvullende medische gegevens overgelegd. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om geen ziekengeld toe te kennen wordt bevestigd.