ECLI:NL:CRVB:2004:AQ4474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R.C. Stam
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde premies
Appellant is door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaalde premies van de vennootschap over de jaren 1990 tot en met 1992. Na eerdere procedure bij de rechtbank 's-Hertogenbosch, waarin het beroep deels gegrond werd verklaard wegens onvoldoende motivering van het bedrag, is het geschil in hoger beroep voortgezet.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het Uitvoeringsinstituut in het bestreden besluit op juiste wijze heeft toegelicht hoe de hoogte van het aansprakelijk gestelde bedrag is vastgesteld. De Raad bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank die de bezwaren van appellant ongegrond verklaarde.
De grieven van appellant in hoger beroep zijn een herhaling van eerdere argumenten die reeds door de rechtbank zijn verworpen. De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van de eerdere beoordeling en bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid en de vastgestelde premiehoogte.
De Raad ziet geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en verklaart de aangevallen uitspraak ongewijzigd. De uitspraak is gedaan door een kamer van drie rechters en uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van appellant voor onbetaalde premies en de vastgestelde hoogte van het bedrag.