ECLI:NL:CRVB:2009:BH4735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens verzwegen arbeidsinkomsten
Appellant, een zelfstandig schilder, kreeg een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend. Naar aanleiding van een tip startte het UWV een onderzoek waaruit bleek dat appellant zonder opgave betaalde werkzaamheden verrichtte. Het UWV besloot tot korting van arbeidsinkomsten op de uitkering over meerdere jaren en tot terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep onder meer aan dat de hoogte van de toegerekende arbeidsinkomsten te hoog was, dat sprake was van verjaring, en dat hij wegens zijn gezondheidstoestand niet kon werken. Ook stelde hij dat het UWV had moeten afzien van terugvordering wegens dringende redenen.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht uitvoering gaf aan de eerdere uitspraak van de rechtbank, dat geen sprake was van verjaring omdat het UWV pas in 2003 met de feiten bekend was, en dat de schatting van arbeidsinkomsten redelijk was. De Raad verwierp het beroep op dringende reden tot afzien van terugvordering, omdat de financiële gevolgen niet onaanvaardbaar waren en appellant nog geen invorderingsmaatregelen had ondervonden. De Raad constateerde een overschrijding van de redelijke termijn, maar dit leidde niet tot toewijzing van het beroep. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkering en wijst het hoger beroep af.