ECLI:NL:CRVB:2004:AQ5355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende aantoonbare schulden en vermogenstoerekening levensverzekering
Appellant verzocht op 9 maart 2000 om een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet. De gemeente Rotterdam wees de uitkering toe met ingang van 1 mei 2000, omdat appellant over voldoende eigen middelen zou beschikken tot die datum. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, dat op 3 april 2001 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep richt appellant zich tegen het oordeel dat bepaalde schulden niet konden worden meegenomen in de vermogensberekening, omdat het bestaan en de terugbetalingsverplichting daarvan niet voldoende waren aangetoond. Daarnaast betwist appellant dat zijn levensverzekering met polisnummer L26381159 tot zijn vermogen behoort.
De Raad overweegt dat schulden alleen in aanmerking kunnen worden genomen indien het bestaan en de terugbetalingsverplichting voldoende aannemelijk zijn gemaakt. Appellant heeft dit niet kunnen aantonen voor de schuld aan zijn ex-buren en de schulden aan het Advokatenkollektief. Ook betreft de nota van f 10.360,-- slechts een begrotingsdeclaratie zonder bewijs van verplichting.
Ten aanzien van de levensverzekering oordeelt de Raad dat, gelet op de jurisprudentie en het beleid van gedaagde, een beleggingsverzekering die te allen tijde kan worden afgekocht tot het vermogen moet worden gerekend. Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij de polis kan omzetten in een begrafenisverzekering die onder de uitzondering valt.
Daarom bevestigt de Raad het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsuitkering wordt bevestigd.