ECLI:NL:CRVB:2004:AQ5364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstand wegens onduidelijkheid woonadres en schending inlichtingenplicht
Appellante verzocht bijstand op basis van een opgegeven woonadres, maar een onaangekondigd huisbezoek toonde aan dat zij niet daadwerkelijk op dat adres woonde. De gemeente Rotterdam wees haar aanvraag af wegens het verstrekken van onjuiste informatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat zij vanaf 4 oktober 2000 niet op het opgegeven adres woonde en dit niet had gemeld. Ook voor de periode van 15 september tot 3 oktober 2000 leverde appellante onvoldoende bewijs om haar verblijf op het opgegeven adres te onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden door niet onverwijld haar verhuizing te melden. Het beroep wordt daarom afgewezen en de weigering van bijstand bevestigd. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de weigering van bijstand bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht en onduidelijkheid over het woonadres.